 |
|
 |
Musée national d`Histoire Naturelle
Dit museum bevindt zich in de wijk Jussieu, tussen de oevers van de Seine, het Quartier Latin. U kunt voor dit museum de metrohaltes Gare d’Austerlitz en Censier Daubenton.
Het gehele complex van het museum bestaat uit de botanische tuin met dierenverblijven, het Muséum national d'Histoire naturelle en meerdere andere verzamelingen van onder meer mineralen en fossielen. De Jardin des Plantes is een van de tuinen op het complex. Deze tuin is ontstaan nadat Lodewijk XIII in 1626 zijn artsen Hérouard en Guy de la Brosse toestemming gaf de koninklijke tuin met geneeskrachtige planten te verplaatsen van het uiteinde van het Ile de la Cité naar de wijk St-Victor. Hier groeide de tuin uit tot een school voor plantkunde, natuurlijk historie en farmacie. In 1640 werd die voor het publiek opengesteld. De verzameling werd groter en groter toen drie gebroeders Jussieus en Fagon, hoofdarts van de koning verre reizen gingen maken op zoek naar planten e.d. De tuin bleef daarna in recordtempo groeien.
Het museum is een nationaal museum voor natuurlijke historie. Met de Franse Revolutie werd Bernardin de Saint-Pierre benoemd tot beheerder van de koninklijke botanische tuin, die op 10 juni 1793 door de Nationale Conventie werd omgedoopt in Muséum national d'Histoire naturelle. De instelling moest zich bezighouden onderzoeken, conservering en onderwijs. Ook werd het een soort dierentuin. Dieren afkomstig uit privé-bezit van prinsen en circusartiesten werden in kooien gestopt, zodat de Parijse bevolking kon kennis maken onbekende dieren, zoals olifanten en giraffen. Helaas werden deze dieren tijdens de belegering 1870 veelal opgegeten door de honger lijdende bevolking.
De botanische tuin van het complex is ook erg fraai. Buffon legde op de plaats van een uit de 17de eeuw daterende vuilnisbelt een labyrint aan. In het midden, op het hoogste punt, staat een kiosk die uitkijkt op de tuin. Tussen de bomen staat een zuil bij het graf van Daubenton, naturalist en medewerker van Buffon. De Libanese ceder is een van de twee exemplaren die in 1734 door Bernard de Jussieu werden aangeplant. Er wordt beweerd dat de wetenschapper ze in zijn hoed meebracht uit Engeland. In werkelijkheid had Jussieu de twee planten van Kew Gardens in een pot meegekregen, maar deze pot viel en brak onderweg, waarop Jussieu de planten in zijn hoed stopte en ze zo aan de tuinman overhandigde. De Ginkgo biloba en de ijzerboom uit Perzië verdienen ook de aandacht. Een van de oudste bomen van Parijs is een Robinia of pseudo-acacia die hier in 1635 bij de Allée des Becquerel werd geplant. Aan de overkant staan de Australische kassen met soorten uit het Middellandse Zeegebied en Australië. Ieder najaar organiseren de laboratoria voor sporenplanten een tentoonstelling over paddestoelen.
Een ander mooie tuin op het complex is de wintertuin, alpiene tuin. Deze warme, vochtige wintertuin roept een tropisch woud voor de geest met bananenbomen, palmen en klimplanten. De Mexicaanse serre die in het verlengde van de wintertuin ligt, bevat vetplanten zoals euforbia's. In de alpiene tuin zijn de op grote hoogte gedijende planten ingedeeld naar bodemtype en stand van de zon, met planten uit het zuiden van Corsica en Marokko en de noordkant van de Alpen en de Himalaya. De oude pistacheboom uit omstreeks 1700 en het hoge blad verliezende metasequoia conifeer zijn zeker de aandacht waard. Meer dan 10.000 soorten planten, eetbare en of geneeskrachtige kruiden zijn ingedeeld naar familie in de botanische bedden. De pijnboom is gekweekt uit zaad dat in 1774 door Turgot uit Corsica werd meegebracht.
|
|
 |
Stedenreis aanbieders
Arke
Stedenreis
Parijs
Arke stedenreis
Oad
Oad
Parijs
Oad Stedenreis
De Jong
Stedenreis
Parijs
De Jong Intra
Expedia
Stedenreis
Parijs
Expedia
Kras
Stedenreis
Parijs
Kras stedenreis
Van Nood
Stedenreis
Parijs
Van Nood stedenreis
Vrij uit
Stedenreis
Parijs
Vrij uit citytrips
Pharos
Stedenreis
Parijs
Pharos stedenreis
|